Terug

De cursussen van Hogeschooltaal


Basisvaardigheden

De cursussen van Hogeschooltaal zijn verdeeld over een aantal categorieën: de basisvaardigheden, de schrijfvaardigheden, Engels en extra oefeningen speciaal voor dyslectici en anderstaligen. De basisvaardigheden bevatten cursussen die de basis leggen voor correct taalgebruik. Er wordt uitgebreid aandacht geschonken aan spelling, grammatica, stijl en taalkwesties. De toetsen Nederlands van Hogeschooltaal behandelen uitsluitend de basisvaardigheden. De volgende onderwerpen zijn in de cursussen opgenomen:


Spelling van werkwoorden

Werkwoordspelling
Tegenwoordige tijd Voltooid deelwoord
Stam van het werkwoord Voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord
Infinitief Hoe vind je de persoonsvorm?
Verleden tijd: sterk Twee of meer persoonsvormen
Verleden tijd: zwak Gebiedende wijs
Verleden tijd: zwak, met valse -f of -s Vervoeging van Engelse leenwoorden
't Ex-kofschip Onvoltooid deelwoord
'Je' achter de persoonsvorm Algoritme werkwoordspelling
Scheidbaar en niet-scheidbaar samengestelde werkwoorden  


Spelling algemeen

Los, aaneen of met een streepje
Samenstelling Samenstelling met één of meer Engelse woorden
Samenstelling met verwisselbare elementen Samenstelling met een woordgroep
Samenstelling met bijzondere voor- of nabepaling Aaneenschrijven van telwoorden en breuken
Samenstelling met een bijzondere vorm  
 
Samenstelling met tussen -n of -s
Samenstelling met tussenletter -n Samenstelling en afleiding met -s
Afleiding met tussenletter -n  
 
Klinkerbotsing
Algemene regels klinkerbotsing Klinkerbotsing na een vreemd voorvoegsel
 
Meervoud en bezitsvorm
Meervoud Bezitsvorm

Woordtekens
Trema Apostrof
Accent  
 
Verkleinwoorden
Verkleinwoorden Vreemde of geleende (verklein)woorden
 
Hoofdletter of kleine letter
Persoonsnamen Volkeren, etnische en religieuze groepen
Aardrijkskundige namen Instellingen en merken
Tijdsindeling Duitse woorden
Titels van teksten Hoofdletter uit respect
Hoofdletter begin van de zin Talen en dialecten
Letteraanduidingen Heilige namen en begrippen
Namen van culturele, maatschappelijke en religieuze stromingen  
 
Afkortingen
Soorten afkortingen Regels voor afkortingen
 

Zinsstructuur

Leestekens
Punt Komma
Puntkomma Aandachtstreepjes
Vraagteken en uitroepteken Dubbele punt
Aanhalingstekens  

Zinsontleding
Enkelvoudige en samengestelde zinnen Naamwoordelijk gezegde
Eenzinsdeelproef en vervangingsproef Lijdend voorwerp
Persoonsvorm Meewerkend voorwerp
Onderwerp Voorzetsel voorwerp
Werkwoordelijk gezegde Bijwoordelijke bepaling
Hoofd- en bijzinnen Voorzetselvoorwerp
Soorten zinnen Bijvoeglijke bijzin
Beknopte bijzin    

Woordsoorten
 
Lidwoord Persoonlijk voornaamwoord
Voorzetsels Wederkerend voornaamwoord
Werkwoord Wederkerig voornaamwoord
Zelfstandig naamwoord Bezittelijk voornaamwoord
Bijvoeglijk naamwoord Aanwijzend voornaamwoord
Bijwoord Vragend voornaamwoord
Telwoord Betrekkelijk voornaamwoord
Voegwoord Onbepaald voornaamwoord

Stijl in zinnen
Actief schrijven Ellips
Foutieve beknopte bijzin Overtolligheid
Asymmetrie Prolepsis
Cromaconstructie Redundantie
Ambiguïteit Samentrekking
Directe en indirecte rede Stijlbreuk
Foutieve samenhang Tangconstructie
Hiaat Tante Betjestijl
Incongruentie Telegramstijl
Inversie Toon
Lijdende vorm Verwijswoord
Losstaande bijzin Woordvolgorde
 

Algemeen taalgebruik

Taalkwesties
Trappen van vergelijking Mits of tenzij
Dat of wat Grootte of grote
Jou of jouw Te danken aan of te wijten aan
Hun of hen Zowel...als...komt of komen
Als of dan Van wie of waarvan?
Beide of beiden  

Stijl in woorden
Ambiguïteit Modewoorden
Archaïsme Passe-partout
Cliché Pleonasme
Contaminatie Stoplap
Dysfemisme Tautologie
Dubbele ontkenning Vast voorzetsel
Eufemisme Vermijd naamwoordstijl
Formeel taalgebruik Voornaamwoordelijk bijwoord
Herhaling Voorzetseluitdrukking
Homoniem, synoniem, antoniem Vulgarisme
Litotes Woordkeus
Malapropisme Zuinig met afkortingen
 
Stijlmiddelen en stijlfiguren
 
Beeldspraak Spoonerisme
Antithese Woordspeling
Gezegdes, spreekwoorden en zegswijzen Zeugma
Hyperbool Spot
Oxymoron Oneliner
Herhaling Boutade
Litotes Kwinkslag
Parabool Non-sequitur
Paradox Parodie
Prolepsis Persiflage 
Spellinggrap  
 
Diagnostische toetsen

C1
Oefentoetsen die qua vorm en niveau gelijk zijn aan de officiële toetsen op C1-niveau.
Link naar de woordenlijst
 
B2
Oefentoetsen die qua vorm en niveau gelijk zijn aan de officiële toetsen op B2-niveau.
Link naar de woordenlijst


Schrijfvaardigheden

Het onderdeel met schrijfvaardigheden gaat een stapje verder. Het draait hier niet meer om de basisregels, maar om het toepassen van taalvaardigheid in verschillende tekstgenres. Een student moet tijdens en ook na zijn studie vaak veel schrijven en de cursussen van deze module leren hem heldere en doelgerichte teksten te schrijven. Of het nu gaat om een rapport of een sollicitatiebrief, om een plan van aanpak of een artikel; een tekst mag zijn doel niet voorbij schieten. Deze cursussen helpen de student op weg bij taken zoals argumenteren, creatief schrijven, het schrijven van rapporten en verslagen, het vervaardigen van folders en brochures en het schrijven van een sollicitatiebrief met cv. Wij bieden de student de bijbehorende theorie, technieken en oefeningen om het schrijven van de verschillende genres onder de knie te krijgen. De cursussen bestaan uit de volgende onderdelen:


Creatief schrijven

Creatief schrijven
Foutloos Nederlands Tussenkopjes
Interpunctie Inleiding
Jezelf informeren Herhaling
Doelgroep Redenen waarom
Structuur Bruggetjes en logica
Mindmap en kapstok Consistentie
Pak de lezer Associatie
Houd het simpel Empathie
Pakkende kop Groepsgegevens
Lead F-patroon


Argumenteren

Argumenteren algemeen
Feitelijke en normatieve uitspraken Analyse- en beoordelingsvragen
Argumenten, overtuigingsmiddelen  
 
Opbouw van een redenering
Enkelvoudige argumentatie Complexe argumentatie
 
Verbindende uitspraak
Relatie argument en standpunt/conclusie Impliciete elementen in argumentatie
 
Overige uitspraken in redenering
Concessies Voorbehouden
 
Typen rechtvaardiging
Causaal verband Autoriteit, voorbeeld en analogie
Gedrags- en waarderingsregels Pragmatische afwegingen
 
Drogredenen
 
Soorten drogredenen  
 
Beoordelen van argumentaties
Voorbeeld analyse Beoordelen


Kennis van teksten

Kennis van teksten
Alinea Onderzoekstructuur
Verwijs- en verbindingswoorden Probleemstructuur
Variatie in zinsopbouw Tijdstructuur
Betoog en beschouwing Literatuurlijst en -verwijzingen APA


Samenvatten

Samenvatten
 
Wat is een samenvatting? Hoe maak je een artikelsamenvatting?


Rapporteren

Rapporteren
Omslag Huidige en gewenste situatie
Titelpagina Probleembeschrijving
Voorwoord Doelstellingen
Inhoudsopgave Onderzoek
Samenvatting Resultaten
Verklarende woordenlijst Conclusies en aanbevelingen
Symbolenlijst Literatuurlijst en -verwijzingen
Inleiding Bijlagen


Plan van aanpak

Plan van aanpak
Achtergronden Beschrijving projectorganisatie
Doelstelling of probleemstelling Planning
Projectopdracht Kosten- /batenoverzicht
Projectactiviteiten Risicoanalyse
Projectgrenzen en randvoorwaarden Plan van aanpak opstellen
Producten Projectarchief
Kwaliteitsbewaking  


Artikel schrijven

Artikel schrijven
Structuur van een informatief artikel Algemene tips
Schrijfplan maken  


Brieven schrijven

Opbouw zakelijke brief
Briefhoofd en ondertekening Alineaverbanden
Inleiding, kern en slot Actieve schrijfstijl
Clichés  
 
Sollicitatiebrief
Openingszin Afsluitende zin
Relatie met de organisatie Curriculum vitae
Verwijzing naar de gevraagde talenten Internetprofiel
Een gesprek voorstellen  
 
Klachtenbrief
Behandeling terechte klacht Behandeling deels terechte deels onterechte klacht
Behandeling onterechte klacht  

 

Informatieve brief
Informatie vragen Informatie verstrekken

 

Verbeter je Engels

Binnen de module ‘Verbeter je Engels’ vindt u twee cursussen. Deze cursussen behandelen de basis van de Engelse taal.

De oefenmodule laat studenten zelfstandig alle basisbeginselen van het Engels doorlopen. De module is zo gemaakt dat de student niet naar een volgend onderdeel kan voordat hij alle opgaven goed heeft beantwoord. Een student die alle onderdelen heeft doorgenomen en alle oefeningen heeft gemaakt, hoeft niet meer te toetsen, maar heeft vrijwel zeker zijn deficiënties weggewerkt.

Er zijn ook officiële toetsen beschikbaar, ontwikkeld in samenwerking met de vakgroepen Engels van HS Leiden, NHTV en HAN. Het aanvragen en afnemen van een toets Engels gaat op dezelfde wijze als bij toetsen Nederlands. De cursussen bestaan uit de volgende onderdelen:
 

Engels module 1

 Woordvolgorde en 'to be'
Werkwoord 'to be' Een zin ontkennend maken
Hulpwerkwoorden Een zin vragend maken
Volgorde in een gewone zin Vraagwoorden
Speciale regels woordvolgorde Aangeplakte vragen (question tags)
 
Werkwoordsvormen en tijden
Onregelmatige werkwoorden Present Perfect versus Simple Past
Simple Present en Present Continuous Future en Past Perfect
Simple Past en Past Continuous  
   
Zelfstandige naamwoorden en voornaamwoorden
Zelfstandig naamwoord: meervoudsvorm Bezittelijke voornaamwoorden
Lidwoorden Wederkerende voornaamwoorden
Telbare en niet-telbare zelfstandige naamwoorden Betrekkelijke voornaamwoorden
Persoonlijke voornaamwoorden Beperkende en niet-beperkende bijzinnen
 

Diagnostische toets
Oefentoets die qua vorm en niveau gelijk is aan de officiële toets.


Engels slagboommodule 1

Slagboommodule 1: Stap voor stap door de basis van Engels
Hoofdstuk 1: Werkwoord to be Hoofdstuk 9: Future
Hoofdstuk 2: Woordvolgorde, vragend maken en ontkennend maken Hoofdstuk 10: Mixed excercises
Hoofdstuk 3: Vraagwoorden Hoofdstuk 11: Meervoud
Hoofdstuk 4: Onregelmatige werkwoorden Hoofdstuk 12: Lidwoorden
Hoofdstuk 5: Simple present en present continuous Hoofdstuk 13: Telbare en niet-telbare zelfstandige naamwoorden
Hoofdstuk 6: Simple past en past continuous Hoofdstuk 14: Bezittelijke voornaamwoorden
Hoofdstuk 7: Present perfect en simple past Hoofdstuk 15: Wederkerende voornaamwoorden
Hoofdstuk 8: Past perfect Hoofdstuk 16: Betrekkelijke voornaamwoorden


Engels module 2 

Passive en Active
Passive en Active Gebruik van Passive en Active
 
Modaal werkwoorden
Modaal werkwoorden  
 
Infinitief en ing-vorm
Ing-vorm (gerund) Infinitief en gerund
Infinitief  
 
Bijwoorden
Bijwoord en bijvoeglijk naamwoord Speciale bijwoorden
 
Lidwoorden en voorzetsels
Onbepaalde en bepaalde lidwoorden Voorzetsels
 
Leesvaardigheid
Verschillende teksten met vragen om tekstbegrip te toetsen.
 
Schrijfvaardigheid
Formele vocabulaire Formeel schrijven
Structuring phrases Structuur
Veel gemaakte fouten  
 
Diagnostische toets
Oefentoets die qua vorm en niveau gelijk is aan de officiële toets.


Engels slagboommodule 2

Slagboommodule 2: Stap voor stap door de basis van Engels
Hoofdstuk 1: Bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden Hoofdstuk 6: Indirecte rede
Hoofdstuk 2: Vergrotende trap, overtreffende trap en speciale bijwoorden Hoofdstuk 7: Voorwaardelijke bijzinnen
Hoofdstuk 3: Voorzetsels en phrasel verbs Hoofdstuk 8: Infinitief en ing-vorm
Hoofdstuk 4: Bezitsvorm Hoofdstuk 9: Actieve vorm
Hoofdstuk 5: Modaal werkwoorden Hoofdstuk 10: Passive Tenses


Leesvaardigheden

Leesvaardigheden
Verschillende teksten met vragen om tekstbegrip te toetsen.


Speciaal voor dyslectici en anderstaligen

Voor sommige studenten is het moeilijk om het vereiste niveau te halen. Hogeschooltaal heeft voor deze studenten cursussen ontwikkeld waarin aandacht wordt besteed aan veel voorkomende problemen. Door studenten met dyslexie, dysorthografie of een taalachterstand extra theorie en oefeningen aan te bieden, is het ook voor hen mogelijk om de vereiste taalniveaus te halen. De volgende onderwerpen komen aan bod:


Speciale problemen Nederlands (NT2)

Speciale problemen Nederlands (NT2)
Gebruik van 'er' Lidwoorden
Woordvolgorde in de bijzin Voornaamwoordelijke bijwoorden (ervan, erbij, erdoor)
Vaste voorzetsels Uitdrukkingen
Scheidbare werkwoorden  


Terug naar de basis (ortho)

Letterverwisseling
Verwisseling -p en -b aan het eind van het woord Verwisseling -f en -v
Verwisseling -p en -b Verwisseling -g en -ch
Verwisseling -t en -th Verwisseling -t en -d
Verwisseling -sch, -sg, -ss, -s en -c Verwisseling -s en -z
Verwisseling -v en -w Verwisseling -c en -k
Verwisseling -ij en -ei Verwisseling -au en -ou
Verwisseling -i en -y  
 
Uitgangen
Schrijfwijze -ieus en -ieuze Uitgang -tie
Uitgang -aai of -ooi gevolgd door -ing  
 
Spelling van werkwoorden
Persoonsvorm Voltooid deelwoord
Tegenwoordige tijd Voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord
Verleden tijd: zwakke en sterke werkwoorden  
 
Meervoud
Meervoudsregels  
 
Bezitsvorm
Bezitsvorm  
 
Verkleinwoorden
Verkleinwoorden Verkleinwoorden op -ng of -nk
  
Hoofdletter of kleine letter
Persoonsnamen Instellingen en merken
Tijdsindeling Hoofdletter uit respect
Titels van teksten Aardrijkskundige namen
 
Samenstelling met tussen -n of -s
Samenstelling met tussenletter -n Samenstelling met tussenletter -s
 
Trema
Trema  
 
Naamvalsvormen in uitdrukkingen
Naamvalsvormen in uitdrukkingen  
 
Open/gesloten lettergreep
Open/gesloten lettergreep  
 
Vreemde woorden
Vreemde woorden  



Terug